Ochtendritueel

‘It is time to wake up, the time is six thirty’, zegt een blikkerige stem met Aziatisch accent. Elke ochtend weer haalt mijn mobiele telefoon, die ook dienst doet als wekker, mij op deze manier uit mijn slaap. Na twee keer ‘snoozen’ moet ik er toch echt uit, anders kom ik te laat op mijn werk. Snel douchen, ontbijten, en ondertussen een vluchtige blik op BBC World werpen om te zien of er nog wat gebeurd is in de wereld.

Ik word verwacht om half acht ’s ochtends aanwezig te zijn op kantoor: erg vroeg en ik kan er maar niet aan wennen. Maar helaas: flexibele werktijden kennen ze hier niet. Dus is het elke ochtend weer haasten om op tijd te zijn. Gelukkig is het nog geen tien minuten fietsen naar mijn werk. Maar in tien minuten fietsen kan een hoop gebeuren waar je spontaan een ochtendhumeur van krijgt.

Ik ben nog maar net de bocht om, de drukke weg op, of ik word al gesandwiched door een grote SUV aan de ene kant en een tuktuk aan de andere. Als fietser sta je duidelijk onderaan in de verkeershiërarchie. Oftewel: niemand houdt rekening met jou: jij bent degene die uit moet kijken. Gelukkig letten ze meestal wel een beetje op je als je buitenlander bent. Meestal.

wachten voor het stoplichtHet stoplicht staat niet goed afgesteld: er is veel te weinig tijd om al het verkeer van onze rijbaan door te laten voor het weer op rood springt. Bovendien blijft iedereen die niet in een auto met airconditioning zit vijftig meter vóór het stoplicht in de schaduw wachten op groen licht. Iedereen, dus je kunt er niet langs. Tegen de tijd dat ik het kruispunt bereikt heb, staat het licht al weer op rood en moet ik wachten op de volgende ronde. De stoplichten hebben allemaal handige tellers, dus je weet precies hoeveel seconden het nog gaat duren.

Groen! Voorzichtigheid is nog steeds geboden, want er zijn altijd een paar waaghalzen die op hun brommers nog snel met een noodgang door rood rijden. Of een belangrijk iemand in een hele grote dure auto voor wie de verkeersregels niet gelden. Als ik verder rijd, word ik aangestaard door twee grote verschrikte ogen. Een tweejarig meisje, dat tussen haar ouders en broertje in op een motor zit, heeft duidelijk ontzag voor mijn reusachtige afmetingen en blanke huid. Ik hoop maar dat haar moeder haar goed vast houdt. Weer moet ik afremmen: ditmaal voor een auto die uitparkeert en daarbij alle rijbanen in beslag neemt. In- en uitparkeren behoort duidelijk niet tot de speciale verrichtingen die je oefent tijdens je rijlessen hier.

Dan, als ik bijna bij kantoor ben, hoor ik opeens naast me: “Hello, what is your name?” Ik kijk om en zie een jongetje van een jaar of twaalf naast me fietsen. Zijn kleren, vervoermiddel en kleine gestalte verraden dat hij uit een arm gezin komt. Ergens heeft hij een paar woordjes Engels opgepikt, en dat wil hij graag laten horen. Dat ik ook een paar woordjes in zijn taal kan spreken, vindt hij helemaal fantastisch. We hebben een kort gesprekje. Hij blijkt onderweg naar school te zijn. Helaas duurt onze onverwachte ontmoeting niet lang want ik alweer bij kantoor aangekomen. Maar mijn ochtendhumeur is spontaan weer verdwenen.

*

*